Aquarel in het wolkendek

Hilde Van Bulck
4 min readNov 30, 2021

Hoe vind je de verbondenheid met jezelf terug?

Het is weer herfst en bijna winter. Net zoals de seizoenen elk jaar cyclisch terugkomen, zo komen overtuigingen die ermee gepaard gaan met dezelfde regelmaat terug. In mijn praktijkstoel, maar ook op straat, in de winkel en op de radio hoor ik hoe de grijze wolken, het grauwe weer en het gebrek aan zonneschijn verantwoordelijk zijn voor het gemoed van mijn medemens in de winter. Zonder schroom wordt dit trio als meedogenloze daders aangewezen terwijl de spreker zelf niet aan de slachtoffergreep ontkomt. Soms vormen ze een kwartet en worden de lage temperaturen er ook bij betrokken. Het lijkt alsof ze als alles opvretende parasieten de levensenergie van de spreker naar de lagere schaling op de levensbarometer dwingen. Smachtend wacht men op de lente als een levensreddende engel. Als die herfst en winter maar gauw voorbij zijn.

Professioneel gezien triggert zo’n opmerking in mij een cyclisch terugkomende reactie en voel ik me uitgenodigd om er iets mee te doen. Hoe komt het toch dat ik de invloed van het weer niet op die manier ervaar? Waarom maakt een grauwgrijze dag me niet mistroostig? Tegelijkertijd doet het me terugdenken aan die keer dat een radiozender me uitnodigde om mijn visie te vertellen over de heersende winterblues. Toen voelde ik me nog niet rijp genoeg om mijn visie mooi te kaderen. Ondertussen ben ik gerijpt en ga ik samen met de andere persoon in een bewustzijnservaring.

Vandaag was het weer zo’n een ideale dag. Het wolkendek was donkergrijs. Het miezerde. De temperatuur flirtte rond de 8 à 9 graden. Een ideaal moment om naar de lucht te kijken. We openden de ramen van de kamer. Hij één aan de rechterkant en ik één aan de linkerkant. De frisse lucht dook onmiddellijk de kamer in. Voor onze ogen toonde zich een ruim speelveld van een grijs wolkendek. Overal waar we keken.

‘Wat zie je als je naar de lucht kijkt?’ Ik kreeg exact het antwoord dat ik verwachtte.

‘Alles is grijs.’

‘Alles?’

‘Ja, alles. En het is donker.’

‘Is het overal even grijs?’

Hij observeerde gewillig en met aandacht. Met een lichte zweem van verwondering ontdekte hij vijftig tinten grijs. Weliswaar andere tinten dan in het beroemde gelijknamige boek worden omschreven. En niet alleen grijs. Ook tinten wit.

‘Het is de eerste keer in mijn leven dat ik dit opmerk,’ prevelde hij, schijnbaar verbaasd over zijn eigen waarnemingsvermogen en met een vraagteken in zijn stem hoe hij dit in hemelsnaam al die jaren kon hebben gemist.

Zo gaat het met onze innerlijke wolken, onze grijze gemoedstoestand. Als het een beetje minder gaat, hebben we de neiging om het donkerste grijs te volgen en het te extrapoleren naar het geheel, net zoals we naar het wolkendek kijken. De lichtpuntjes die er overal in vele nuances zijn, zien we niet. Net zoals we de lange winternachten en de donkere dagen op de hele winter projecteren. Dan word je moedeloos. We weten dat de zon altijd achter de wolken schijnt, maar we vergeten het. Als we de donkere wolken met meer openheid observeren ontdekken we glimpsen van deze werkelijkheid. Subtiel soms, maar toch waarneembaar.

‘Begrijp je het?, vroeg ik hem.

‘Ik denk dat ik het begrijp, maar ik kan het nog niet voelen.’ Ik zag aan heel zijn wezen dat het klopte. Het hoofd was actief, het voelen afgesloten. Maar niet met een stevig slot. Een zachte por zou volstaan.

‘Als je nu eens terwijl je observeert, de lichtere ruimtes diep inademt. Wat zou er dan gebeuren?’ Automatisch reikte ik mijn armen in een ontvankelijke beweging naar opzij. Mijn longblaasjes openden zich als vanzelf en ik ademde krachtig in, onmiddellijk gevolgd door een diepe zucht en ontspanning in mijn lichaam. Hij volgde. Hij deed hetzelfde. Een kleine bijsturing over in- en uitademen en hij was vertrokken. Stilte daalde over ons neer. Stilte vulde de kamer. Een beschermende veilige lichtgevende laag omringde ons. We waren een met die grijze lucht die nu zoveel meer was. Hij daalde in. In zichzelf. In zijn wezen. Verbonden met zichzelf. In zichzelf. Geen nood om te spreken, geen nood om iets te doen. Gewoon zijn.

Na een tijdje richtte hij zijn blik hoger, als de lens van een camera die langzaam op iets belangrijks inzoomt. Gefascineerd nam hij een nieuw schouwspel waar.

‘Waar gaat je aandacht naartoe?’ vroeg ik terwijl ik vaststelde dat mijn nieuwsgierigheid het won op het zwijgen.

‘Een aquarel. De lucht is als een aquarel.’ Hij hoefde me niet te vertellen dat hij het aquarel mooi vond. Het was duidelijk. De uitstraling was veranderd. Hij zag er blij uit. Meer in rust. We waren stil.

‘Zie je ook de bewegingen in het wolkendek?’ Het lijkt een grote grijze massa, maar naast de tinten, is de beweging van het leven altijd aanwezig. Ook als de winter donker en lang lijkt, blijft het leven in beweging. Beweging in de stilte, in de reflectie, in de terugtrekking. Om zich binnen een paar maanden weer te ontvouwen. Enkele vogels vlogen door ons kijkveld alsof ze de beweging extra wilden benadrukken.

‘Het is jaren geleden dat ik nog eens zoiets mooi en belangrijk hebt ontdekt.’ Ik geloofde hem.

Zo stonden we daar. Hij aan het ene raam, ik aan het andere. In stilte. Eén met een ervaring. Het grijze wolkendek als een spiegel over onszelf, met diepe gelaagdheden, die ons dichter bij onszelf brengen. De temperatuur in de kamer was ondertussen flink gedaald. Ongemerkt, zonder ons te deren.

We hadden zo nog een uur kunnen blijven staan. Misschien hebben we dat ook wel gedaan.

Hilde Van Bulck
Bewustzijnsarchitect — Spreker — Schrijver — Systemisch opsteller en adviseur
AMI Activator — Motivator — Inspirator
www.hildevanbulck.com

--

--